Ergens 'hangen' of 'chillen' hoort voor pubers vanaf een bepaalde leeftijd gewoon bij de vrijetijdsbesteding. Veel jongeren gaan dan naar buiten en zoeken hun vrienden op. Ze gaan bijvoorbeeld op een bankje hangen in het park of rondhangen bij de supermarkt. Hangjongeren zorgen soms vanuit hun eigen verveling voor overlast.
Een hangplek
Een hangplek is plek die de gemeente aanwijst. Jongeren kunnen daar samen zijn en leuke dingen doen. Ze hebben ruimte nodig. Een plek waar niemand er last van heeft als ze praten of op hun brommers en scooters rijden. Vaak is er ook een voetbalgoal, een basketbalnet of een skatebaan.
- Hangplekken worden vaak gemaakt van oude bushokjes, een opengemaakte container of een oude caravan. Daar maken ze dan licht. En ze zetten er een vuilnisbak en bank en stoelen neer.
- Hangplekken staan meestal middenin een wijk. Zoals in een winkelcentrum, een (bus)station of een speeltuin.
- Er zijn ook hangplekken die rondrijden. Bijvoorbeeld een jongerenbus. Die komt een avond per week langs.
- In sommige gemeenten zijn er speciale Jongeren Ontmoetings Plaatsen (JOP). Dat is meestal op een plek iets buiten het woongebied. Jongeren kunnen er onder een dak bij elkaar zitten, sporten en spelen.
Een keet
Een keet is ook een plek waar jongeren samen zijn om leuke dingen te doen. Het is bijvoorbeeld een schuur of een caravan. Een keet hoort niet bij een organisatie. Het staat op privégebied. Er is dus meestal geen toezicht. Vaak wordt er veel alcohol gedronken.
Wil je niet dat je kind veel drinkt? Laat hem dan liever niet naar een keet gaan. Of maak afspraken over hoeveel hij mag drinken. Vraag wat hij leuk vindt aan de keet. En vraag of er een ouder bij is. Je zou ook kunnen kijken of je samen met de ouders van de andere jongeren afspraken kunt maken over de keet en wat de jongeren daar wel en niet mogen.
Overlast
Hangjongeren zijn van alle tijden en culturen. De laatste tientallen jaren worden hangjongeren pas echt als overlast beschouwd. Natuurlijk veroorzaken niet alle groepjes hangjongeren overlast. Doen ze dat wel, dan:
- rijden ze vaak rond op brommers;
- veroorzaken ze geluidsoverlast: roepen, schreeuwen en fluiten naar anderen;
- vervuilen ze de buurt met kauwgom, sigarettenpeuken, graffiti, flesjes, blikjes en andere rommel.
Veel mensen voelen zich daardoor erg onveilig. Bij de aanpak van hangjongeren die overlast veroorzaken is het belangrijk begrip te hebben voor hun behoefte om te hangen. Spreek je kind ook aan op zijn gedrag en probeer afspraken te maken. Als dat niet helpt zouden de ouders van de jongeren samen de hulp van het buurthuis of de wijkagent in kunnen roepen.
Mosquito
Veel gemeenten zien de mosquito als laatste 'redmiddel'. Dit apparaatje geeft een piep op een zeer hoge frequentie. Deze piep is zo hoog dat alleen jongeren tot ongeveer 23 jaar het kunnen horen. Jongeren vinden deze piep zo ontzettend vervelend, dat ze weg gaan. Gemeenten plaatsen de mosquito daarom bij typische hangplekken, zoals winkelcentra. Het gebruik van een mosquito is echter niet onomstreden. Gemeenten moeten daarom van de overheid terughoudend zijn met het gebruik. Ze moeten altijd kijken of niet iets anders mogelijk is om de overlast terug te dringen.
Andere activiteiten ondernemen
Als ouder kun je zelf proberen om je kind alternatieven te bieden. Je kunt je kind aanmelden bij een sportvereniging of hem bijvoorbeeld naar muziekles laten gaan. Daarnaast kun je je kind ook stimuleren om zelf activiteiten te gaan ondernemen. Je kind kan bijvoorbeeld samen met vrienden afspreken om naar de bioscoop te gaan.

