De havo staat voor 'hoger algemeen voortgezet onderwijs'. Ongeveer 20 procent van de kinderen gaat naar de havo. De havo duurt 5 jaar en bereidt je kind voor op het hbo (hoger beroeps onderwijs).
Vakken
Op de havo krijgen leerlingen Nederlands en vreemde talen, wiskunde, geschiedenis, natuurkunde, economie en tekenen. Het is een goede voorbereiding op een hogere beroepsopleiding aan een hogeschool. Kinderen die naar de havo gaan willen meestal graag verder leren. Havo is zwaarder dan de theoretische leerweg van het vmbo. In de onderbouw worden naast Engels nog 2 talen gegeven: Frans en Duits. In plaats van één daarvan kan soms ook gekozen worden voor Spaans, Russisch, Italiaans, Arabisch of Turks.
Profielen
Aan het einde van de 3e klas, kiest je kind een profiel. Een profiel is een vooraf samengesteld vakkenpakket dat voorbereidt op het hoger onderwijs. Een profiel bestaat altijd uit een gemeenschappelijk deel, een profieldeel en een vrij deel. In dat profiel doet je kind eindexamen. Je kind kan kiezen uit 4 profielen:
- Natuur en techniek
- Natuur en gezondheid
- Economie en Maatschappij
- Cultuur en Maatschappij
De keuze van het profiel hangt af van de hbo-opleiding die hij hierna wil doen.
Zelfstandig en verantwoordelijk
Op een havo kan worden gestudeerd volgens de principes van het 'studiehuis' of het 'Nieuwe leren'. Hierbij worden leerlingen zo veel mogelijk gestimuleerd om zelfstandig te werken en zelf verantwoordelijkheid te dragen voor hun studie. Iedere school kan hierbij eigen keuzen maken. Sommige scholen verwachten meer zelfstandigheid van leerlingen dan andere scholen.
Na de havo...
De havo bereidt je kind voor op het hbo (hoger beroeps onderwijs). Wil je kind geen hbo doen maar mbo? Dat kan. Dan kan hij na de 3e klas van de havo al naar het mbo gaan. Hij moet dan wel een overgangsbewijs hebben. Dat betekent dat hij wel over was naar de 4e klas van de havo. Na de havo kan je kind (als je kind goede resultaten heeft) ook naar de 5e klas van het vwo.


